Tijdens een reanimatie (ook wel cardiopulmonale reanimatie of CPR) wordt geprobeerd om de bloedcirculatie en ademhaling van een slachtoffer kunstmatig op gang te houden totdat de hartfunctie en ademhaling (spontaan of door medische interventie) kunnen worden hersteld. Technisch gezien gebeurt er het volgende in het lichaam van het slachtoffer:
1. Hartstilstand en falen van de bloedcirculatie:
Bij een hartstilstand stopt het hart met pompen, waardoor er geen zuurstofrijk bloed meer naar vitale organen, zoals de hersenen en het hart zelf, wordt gepompt. Zonder zuurstoftoevoer beginnen hersencellen al na enkele minuten af te sterven, wat permanente schade of de dood tot gevolg kan hebben.
2. Kunstmatige bloedcirculatie door borstcompressies:
Door borstcompressies uit te voeren, wordt het borstbeen naar beneden gedrukt. Dit comprimeert het hart tussen het borstbeen en de ruggengraat, wat leidt tot een passieve bloedverplaatsing. Het doel is om de bloedstroom richting de hersenen en andere organen te simuleren.
- Tijdens compressie: Wanneer het borstbeen wordt ingedrukt, wordt er druk uitgeoefend op het hart, waardoor het bloed uit de kamers van het hart in de grote slagaders wordt gepompt (met name de aorta).
- Tijdens decompressie: Wanneer de druk op de borst wordt verminderd, vullen de kamers van het hart zich weer met bloed. Deze herhalende cyclus van druk en ontspanning helpt de circulatie op gang te houden.
3. Kunstmatige ademhaling:
Wanneer er beademing wordt toegepast (bijvoorbeeld door mond-op-mondbeademing of met een beademingsmasker), wordt lucht in de longen geblazen. Dit zorgt ervoor dat zuurstof in het bloed kan worden opgenomen. Dit is cruciaal omdat het lichaam nog steeds zuurstof nodig heeft, vooral de hersenen en het hart.
- Bij elke beademing: Zuurstofrijke lucht komt in de longen, waardoor zuurstof wordt opgenomen in het bloed. Dit zuurstofrijke bloed wordt door de compressies verder door het lichaam gepompt.
4. Zuurstoftoevoer naar vitale organen:
Het doel van reanimatie is om voldoende bloed (en daarmee zuurstof) naar de vitale organen te krijgen, met name de hersenen en het hart, totdat medische professionals kunnen ingrijpen. Als de hersenen te lang zonder zuurstof zitten, kan er blijvende schade optreden.

5. Gebruik van een AED (automatische externe defibrillator):
Als een AED beschikbaar is, kan deze gebruikt worden om het hartritme te analyseren en een schok toe te dienen om een chaotisch hartritme (zoals ventrikelfibrilleren) te corrigeren. Een schok kan het hart resetten, waardoor het hopelijk weer een normaal ritme gaat aannemen. Dit helpt om het pompen van het hart te herstellen.
Technische kernpunten:
- Borstcompressies zorgen voor een kunstmatige circulatie van bloed door het lichaam, waardoor vitale organen van zuurstof worden voorzien.
- Beademing zorgt voor zuurstof in het bloed, wat noodzakelijk is om hersenbeschadiging te voorkomen.
- Een AED helpt om een hartritme te herstellen als het hart onregelmatig klopt, zoals bij ventrikelfibrilleren.
Reanimatie is slechts een tijdelijke maatregel die erop gericht is de bloedsomloop en ademhaling te ondersteunen totdat er meer definitieve hulp kan worden verleend, zoals een defibrillatie of medicatie.
Wordt het tijd om te leren reanimeren? volg dan een van onze reanimatiecursussen

